
de rode draad
Achter het masker
Waar het verhaal persoonlijk wordt
DE TWEEDE STEM
Wat is
Achter het Masker?
Persoonlijke intermezzo’s door
mijn boeken heen
In mijn boeken probeer ik de wereld meestal te begrijpen door haar uit elkaar te halen. Ik zoek onderzoek, leg ideeën naast elkaar, probeer mechanismen te doorgronden en stel vragen bij verklaringen die net iets te mooi in elkaar passen. Dat is een manier van kijken die diep in mij zit. Waarschijnlijk zelfs dieper dan gezond voor me is. Wanneer iets ingewikkeld wordt, is mijn eerste neiging meestal niet om het los te laten, maar om er nog een laag onder te zoeken. Alleen werkt een mensenleven niet altijd mee aan die aanpak. Je kunt jarenlang lezen over trauma en precies begrijpen wat chronische dreiging met het zenuwstelsel, immuunsysteem of zelfbeeld kan doen, en ondertussen nog steeds niet weten hoe je moet uitleggen wat het betekent wanneer je eigen kind naar je kijkt op een dag waarop je nauwelijks overeind kunt blijven. Je kunt alle theorieën over hoogbegaafdheid kennen en toch geen goede woorden hebben voor het moment waarop je merkt dat je jezelf opnieuw kleiner hebt gemaakt om ergens bij te passen. Je kunt weten hoe depressie, verlies, schaamte of langdurige stress beschreven worden en tegelijkertijd ontdekken dat een model opvallend weinig zegt over hoe dinsdagmiddag om kwart over drie daadwerkelijk voelt.
Precies daar ontstond Achter het Masker. Onder die titel verschijnen in mijn boeken persoonlijke intermezzo’s waarin de analytische afstand tijdelijk verdwijnt. Ik schrijf er niet meer uitsluitend óver een onderwerp, maar vanuit de plekken waar het mijn eigen leven raakt. Over pesten en trauma, hoogbegaafdheid en anders-zijn, ziekte en uitval, ouderschap en liefde, schaamte, verlies, creativiteit, depressie, zingeving en de soms tamelijk absurde pogingen van een mens om van dat alles toch nog een enigszins coherent verhaal te maken. Die passages zijn nadrukkelijk geen bewijs. Mijn ervaring toont niet aan dat een wetenschappelijke theorie klopt, net zo min als mijn levensloop een blauwdruk is voor die van iemand anders. Een persoonlijk verhaal kan iets zichtbaar maken, maar het blijft één verhaal. Juist daarom probeer ik die twee talen in mijn boeken niet door elkaar te halen. Waar onderzoek iets kan onderbouwen, moet het onderzoek spreken. Waar onzekerheid bestaat, hoort die onzekerheid zichtbaar te blijven. En waar ik over mijn eigen leven schrijf, mag je als lezer weten dat je niet naar data kijkt maar naar een mens. Toch horen die twee stemmen voor mij bij elkaar. Wetenschap kan beschrijven wat langdurige stress in een lichaam verandert; ervaring kan laten voelen wat het betekent wanneer dat lichaam het jouwe is. Psychologie kan woorden geven aan aanpassing, schaamte of vervreemding; een herinnering kan ineens duidelijk maken waarom zo’n woord ertoe doet. Filosofie kan vragen wat een goed leven is; het dagelijks bestaan stelt vervolgens de wat hinderlijke vervolgvraag hoe je dat goede leven moet vormgeven wanneer niet alles meer mogelijk blijkt. Achter het Masker ontstond daarom niet als autobiografisch uitstapje tussen de ‘echte’ hoofdstukken. Het ís onderdeel van dezelfde zoektocht. Alleen verandert de methode. Soms probeer ik iets te begrijpen door er zo precies mogelijk naar te kijken. Soms moet ik juist ophouden met verklaren en laten zien wat er gebeurde.
Ook de onderwerpen verschuiven mee met ieder boek. In Tussen cel en ziel ligt de nadruk op trauma, ziekte, overleven en de mensen die dichtbij staan wanneer een leven ontregeld raakt. In Tussen potentieel en geluk gaat het vaker over intensiteit, verschil, niet begrepen worden, creativiteit en de merkwaardige verhouding tussen potentieel en het leven dat uiteindelijk werkelijk geleefd wordt. In andere boeken zullen weer andere kamers opengaan. Het masker blijft hetzelfde; wat erachter zichtbaar wordt verandert. Misschien is dat uiteindelijk waarom deze stukken zijn blijven terugkomen. Ik kan tamelijk goed analyseren, structureren en verklaren. Maar er bestaan ervaringen die juist verdwijnen wanneer je ze te netjes probeert te maken. Dan blijft er na alle modellen, voetnoten en theorieën nog iets over dat niet opgelost hoeft te worden, maar gezien. Achter het Masker is de plek waar ik dat probeer.
Niet alles wat waar is, laat zich bewijzen. Niet alles wat bewezen kan worden, vertelt het hele verhaal
UIT TUSSEN CEL EN ZIEL
01 – Mijn reis door trauma en herstel
02 – Geschopt, geslagen en bespot
03 – Wat ik leerde om te worden wie ik ben
04 – De verhalen die mij hebben gevormd
05 – De toxische dynamiek binnen de ivoren toren
06 – Ontregeling, depressie en veerkracht
07 – Alcohol als metgezel, verdoving en spiegel
08 – Toen begrijpen niet meer genoeg was
09 – M’n lichaam in de constante overdrive
10 – Microbioom: vind ik de antwoorden in mijn shit?
11 – Wetenschap of kwakzalverij?
12 – Mijn traumaroute door het therapielandschap
Fragment: Toen begrijpen niet meer genoeg was
Lange tijd dacht ik dat begrijpen voldoende zou zijn. Dat als ik maar goed genoeg kon analyseren waar mijn klachten vandaan kwamen, ik er uiteindelijk grip op zou krijgen. Ik las, onderzocht, volgde therapieën en probeerde verbanden te leggen tussen mijn verleden, mijn voorouders, mijn lichaam en mijn gedachten. Ik begreep steeds beter hoe trauma werkt, hoe stress zich verankert in je cellen en zenuwstelsel, en hoe je lichaam je voortdurend probeert te beschermen. Maar ergens onderweg begon ik te merken dat begrijpen en werkelijk voelen niet hetzelfde zijn. Want je kunt precies weten wat trauma doet, maar je er tegelijkertijd nog steeds volledig door overspoeld voelen.
Wat ik moeilijk vond uit te leggen, was dat trauma voor mij niet alleen bestond uit herinneringen aan vroeger. Mensen zeggen dingen als “Je moet het loslaten” of “Je bent nu toch verder?”. Goedbedoeld, maar ze raken niet de kern. Want trauma gaat niet alleen over wat er gebeurd is, maar ook over wat zich daardoor in je verankert. Trauma veranderde daardoor niet alleen hoe ik me voelde, maar ook hoe ik de wereld ging ervaren. Dingen die ooit vanzelfsprekend leken konden plotseling vreemd, leeg of betekenisloos aanvoelen. Filosofische vragen waar ik vroeger vooral intellectueel naar keek, werden ineens persoonlijk: wie ben ik nog wanneer zoveel van mijn oude vanzelfsprekendheid wegvalt? Hoe leef je verder wanneer je jezelf steeds minder herkent in de manier waarop je denkt, voelt en reageert? En wat betekent vrijheid eigenlijk als je lichaam voortdurend reageert op gevaar dat er niet meer lijkt te zijn? Tegelijkertijd bleef er een vreemde paradox bestaan die ik lange tijd nauwelijks onder woorden kon brengen: ik ben veel méér dan mijn trauma, maar mijn trauma heeft ook gevormd hoe ik kijk, luister en mezelf beschouw.
UIT TUSSEN POTENTIEEL EN GELUK
01 – Ieder mens is uniek
02 – In de pot met toverdrank gevallen
03 – Snap je dat nou niet?
04 – Woon ik eigenlijk wel in mijn lichaam?
05 – De dag waarop ik mijn vleugels invouwde
06 – Pesten en de illusie van veiligheid
07 – De stille drang van creatie
08 – Als niet wordt gezien wat jij al ziet
09 – De verwrongen diagnose
10 – Wie ben ik zonder mijn maskers?
11 – Wat ben je de wereld verschuldigd?