Schrijven om iets te begrijpen.
En, als het lukt, iets achter te laten.

VERSCHIJNT JANUARI 2027
Tussen cel en ziel
Hoe trauma je ziek maakt
Trauma wordt vaak gezien als ‘iets psychisch’, als een pijnlijk verhaal van herinneringen, gedachten en emoties. Maar trauma kan je jaren later nog ziek maken: je lichaam blijft moe en gespannen, je reageert heftiger dan je wilt, lijdt aan ‘onverklaarbare’ klachten of zelfs aan een auto-immuunziekte. Hoe goed je hoofd inmiddels ook begrijpt waar deze klachten vandaan komen, je lichaam blijft reageren alsof het oude gevaar nog steeds aanwezig is. Want trauma blijkt zich niet alleen in je hoofd af te spelen, maar werkt ook door in je lichaam en verankert zich zelfs op celniveau. Dit zorgt ervoor dat die langdurige stress en onveiligheid sporen nalaat in zowel je zenuwstelsel, immuunsysteem, hormoonhuishouding, darmen als in je energiemetabolisme.
In Tussen cel en ziel laat Jurjen Tel zien hóe stress en trauma iets kunnen achterlaten in zowel je lichaam als geest en waarom ‘losse’ klachten vaak onderdeel zijn van het samenhangend geheel dat beide vormen. Met inzichten uit onder andere de neurowetenschap, immunologie, epigenetica en stressfysiologie verbindt Tel zijn persoonlijke ervaringen met wetenschappelijke kennis tot een helder en vernieuwende kijk op trauma en herstel dat actuele discussies binnen de psychologie, psychiatrie en stressbiologie met elkaar verbindt. Dit boek is daarmee geen vaag verhaal over ‘in je kracht komen te staan’ of ‘je trauma overwinnen’ en heeft géén simpel stappenplan, maar voert je mee langs een indringende zoektocht naar wat er gebeurt wanneer je lichaam en geest te lang proberen te overleven.
Tussen cel en ziel is een boek voor iedereen die zichzelf na trauma beter wil begrijpen, en voor psychologen, psychotherapeuten, psychiaters, artsen en andere zorgprofessionals die zoeken naar een completer beeld van trauma en herstel.
Met inhoudsopgave, voorwoord en inkijkexemplaar

Klaar voor redactie
Tussen potentieel en geluk
De verwrongen paradox van hoogbegaafdheid
Hoogbegaafdheid wordt vaak gezien als een belofte. Een scherp verstand, snel leren, veel mogelijkheden. Maar wat gebeurt er wanneer potentieel niet vanzelf leidt tot geluk? Wanneer je meer ziet, sneller verbanden legt of intenser beleeft, maar de wereld om je heen daar niet altijd op aansluit? Tussen potentieel en geluk kijkt voorbij IQ-scores, prestaties en het cliché van de succesvolle hoogbegaafde. Het onderzoekt hoe hoogbegaafdheid zich gedurende een leven kan verweven met identiteit, relaties, onderwijs, werk, creativiteit, psychische kwetsbaarheid en de zoektocht naar betekenis. Niet als diagnose of privilege, maar als een menselijke eigenschap die pas vorm krijgt in de voortdurende wisselwerking tussen aanleg, omgeving en ervaring.
Vanuit psychologie, neurowetenschappen, filosofie en onderzoek naar hoogbegaafdheid verkent Jurjen Tel onderwerpen als emotionele intensiteit, neurodiversiteit, onderpresteren, anders-zijn en de soms pijnlijke afstand tussen wat iemand in zich draagt en wat daarvan daadwerkelijk tot bloei kan komen. Daarbij is er ruimte voor zowel talent als kwetsbaarheid, voor de rijkdom van een intense binnenwereld én voor wat er kan gebeuren wanneer die jarenlang onvoldoende wordt gezien of begrepen.
Door het boek heen verschuift in de kaders Achter het Masker regelmatig de blik van theorie naar persoonlijke ervaring. Zo ontstaat geen handleiding om hoogbegaafdheid beter te “benutten”, maar een bredere zoektocht naar wat het betekent ermee te leven. Want misschien ligt de belangrijkste vraag niet in hoeveel potentieel je hebt, maar in wat er nodig is om er een leven van te maken dat ook werkelijk van jou voelt.
Cover AI gegenereerd en voorlopig

De rode draad
Achter het masker
Waar het verhaal persoonlijk wordt
Naast wetenschap, analyse en verbeelding loopt door mijn boeken een andere draad. Onder de titel Achter het Masker stap ik af en toe uit de veilige positie van degene die probeert te verklaren, ordenen en begrijpen. Dan verdwijnt de afstand van de auteur die naar zijn onderwerp kijkt en schrijf ik vanuit mijn eigen leven. Dat doe ik niet omdat mijn ervaring een bewijs voor een theorie zou zijn. Ze is evenmin bedoeld als model voor hoe trauma, hoogbegaafdheid, depressie, verlies of ouderschap er bij een ander uitzien. Juist het tegenovergestelde. Persoonlijke ervaring laat vaak zien waar modellen beginnen te rafelen: waar een keurige verklaring botst op een lichaam dat iets anders doet, een herinnering die zich niet laat ordenen of een mens die tegelijk verschillende, soms tegenstrijdige dingen kan voelen.
De onderwerpen veranderen met de boeken mee. In Tussen cel en ziel gaat het onder meer over trauma, ziekte, schaamte, gezin en de prijs van lang doorgaan wanneer iets allang niet meer goed gaat. In mijn boek over hoogbegaafdheid verschuift die blik naar intensiteit, anders-zijn, niet begrepen worden, creativiteit en de vreemde afstand die soms kan ontstaan tussen wat je in jezelf ervaart en wat de buitenwereld daarvan ziet. Ook in toekomstige boeken zal die persoonlijke laag terugkeren wanneer afstand alleen onvoldoende blijkt.
Daarmee zijn de kaders geen autobiografische versiering tussen de “echte” hoofdstukken. Ze horen bij dezelfde zoektocht. Wetenschap kan mechanismen beschrijven, filosofie kan helpen betekenis te geven en taal kan ordenen — maar een mensenleven blijft zich hardnekkig verzetten tegen nette categorieën.
Achter het Masker is daarom geen afzonderlijk boek, maar een terugkerende tweede stem in mijn werk: minder ordelijk, persoonlijker, rauw en soms ongemakkelijker. Niet om alles uit te leggen. Soms juist om even niet uit te leggen.
In ontwikkeling
Tussen hype, hoop en maakbaarheid
Een gids door het landschap van trauma-behandeling
Dit boek begint waar Tussen cel en ziel eindigt: als je beter begrijpt wat trauma met lichaam en geest kan doen, blijft de vraag wat je er vervolgens mee kunt. Het boek is een gids door het soms overweldigende landschap van traumabehandeling, van reguliere psychotherapie en medicatie tot lichaamsgerichte, aanvullende en alternatieve benaderingen. Daarbij onderzoekt het boek ook waar hoop overgaat in hype en wanneer het streven naar herstel ongemerkt verandert in de druk om jezelf steeds verder te moeten repareren. Het doel is niet je één route voor te schrijven, maar je een kaart en een kritisch kompas te geven waarmee je zelf beter kunt beoordelen wat zinvol, onzeker of vooral overtuigend verpakt is.
In voorbereiding
Ik wil (niet) dood!
Over doodsverlangen, suïcidaliteit en euthanasie
Gedachten aan de dood zijn niet altijd hetzelfde als dood willen, en juist dat grijze gebied maakt suïcidaliteit zo moeilijk om goed te begrijpen en te bespreken. Dit boek onderzoekt de ruimte tussen niet meer verder kunnen zoals het nu gaat, verlangen naar rust of verdwijnen en daadwerkelijk het leven willen beëindigen. Het gaat over wat mensen proberen uit te drukken wanneer woorden als ik wil dood verschijnen, maar ook over angst, schaamte, verantwoordelijkheid, machteloosheid en de neiging van de omgeving om onmiddellijk in oplossingen of paniek te schieten. Het doel is niet suïcidaliteit kleiner te maken, maar preciezer: zodat betrokkenen, naasten en professionals beter kunnen luisteren naar wat er werkelijk wordt gezegd — en soms ook naar wat nog niet gezegd kan worden.
CONCEPT
De pestkop is allang weg
Waarom pesten niet stopt als het stopt
Pesten stopt niet altijd wanneer de klas verandert, de schooltijd voorbij is of de pestkop allang uit beeld verdwenen is. Langdurige vernedering, uitsluiting en sociale onveiligheid kunnen zich vastzetten in zelfbeeld, verwachtingen van anderen, stressreacties en de manier waarop je relaties aangaat. Dit boek onderzoekt wat jarenlang pesten psychologisch en biologisch kan achterlaten, waarom sommige gevolgen pas veel later zichtbaar worden en hoe herstel eruit kan zien wanneer het gevaar voorbij is, maar je lichaam en hoofd dat nog niet altijd lijken te geloven. Daarbij gaat het niet alleen over slachtoffers en pesters, maar ook over groepen, macht, schaamte, stilzwijgen en de vraag waarom sommige wonden zo lang onzichtbaar kunnen blijven.
WAAROM IK SCHRIJF
Schrijven begon voor mij niet als een nieuw carrièreplan. Nadat mijn wetenschappelijke loopbaan door ziekte tot stilstand kwam en ik uiteindelijk volledig werd afgekeurd, veranderde mijn dagelijks leven ingrijpend. Er viel veel weg, maar één ding niet: een hoofd dat bleef proberen te begrijpen wat er gebeurde. In de jaren daarna werd schrijven eerst iets therapeutisch — een manier om te onderzoeken wat mij was overkomen, hoe lichaam en geest elkaar beïnvloeden en waarom een mensenleven soms zo ver kan afwijken van het verhaal dat je er ooit voor had bedacht.
Schrijven gebeurt sindsdien in een wisselend tempo en wanneer mijn belastbaarheid het toelaat. Er zijn geen vaste werkdagen en geen vanzelfsprekende continuïteit; perioden waarin veel lukt worden afgewisseld met perioden waarin nauwelijks iets mogelijk is. Dat ik kan schrijven wanneer de omstandigheden het toelaten, is iets anders dan duurzaam en voorspelbaar kunnen functioneren binnen vaste uren, deadlines en externe verwachtingen.
Gaandeweg veranderde ook de betekenis ervan. Wat begon als een poging mezelf en mijn eigen geschiedenis enigszins te doorgronden, werd een manier om opnieuw verbinding te zoeken met de wereld buiten mij. De wetenschap verdween daarbij niet. Ze kreeg een andere vorm. Ik begon onderzoek, persoonlijke ervaring, filosofie en verhalen naast elkaar te leggen en te kijken wat er ontstond wanneer ze elkaar niet netjes hoefden te bevestigen.
Inmiddels schrijf ik ook vanuit zingeving. Niet omdat ik denk dat een boek de wereld fundamenteel verandert, maar omdat het misschien iets kan verhelderen, iemand woorden kan geven voor wat moeilijk uit te leggen is, of een gesprek kan openen dat anders niet gevoerd wordt. Als ik met wat er wél mogelijk is iets bruikbaars kan achterlaten, is dat voor mij al veel.